Maart

Op het moment dat ik dit schrijf viert het Zuiden carnaval. Waar wij wonen, in het centrum van ’s-Hertogenbosch, is het voor de niet-feestvierder een kwestie van vluchten. De een vertrekt naar Terschelling, de ander naar Lanzarote en ik fiets  (ongeacht het weer) naar de moestuin. Naar deze week kijk ik altijd enorm uit. De tuin is vaak nog in een vorm van winterslaap, maar de eerste signalen van het voorjaar dienen zich aan. De Helleborus bloeit en wilde crocussen geven de tuin een zware zoete lucht. Ook de vogels laten zich weer horen en dat maakt het prille voorjaarsgevoel compleet.  

De oosterse kerstroos, Helleborus Orientalis

Het is al weken zeer zacht weer en dat is te zien aan de tuin. De dragon in het kruidenbed staat al tien centimeter hoog en ook de rabarber is al behoorlijk aan het uitlopen. In de kas hebben de zachte temperaturen ervoor gezorgd dat de planten op de kweektafel alvast aan het voorjaar zijn begonnen, ze krijgen nu om de paar dagen een slok water. De bloembollen die ik in november in potten geplant heb steken nu hun kopje boven de grond. Hopelijk kunnen we op tijd verhuizen naar ons nieuwe appartement zodat we daar op het balkon van de bloemen kunnen genieten.

Het voorjaar geeft mij soms ook een opgejaagd gevoel. De tuinambities voor het nieuwe jaar zijn weer hoog en om dat te bereiken moet er veel werk verzet worden. Ik werk graag van grof naar fijn. Eerst voorzie ik de teeltbedden van nieuwe compost en ook de aarde in de kassen ga ik vervangen. Omdat in de kassen jaar na jaar tomaten groeien bestaat het risico dat virussen zich opbouwen in de bodem.

Nieuwe aarde en compost op de teeltbedden

Dit jaar ga ik voor het eerst werken met een koude bak, een oude teeltmethode die ik deze winter leerde kennen op een landgoed. De kasteelheer had zojuist een boek gepubliceerd over historische kassen en over dat boek heb ik een artikel geschreven voor de Nederlandse Tuinenstichting. Een afbeelding in het boek zette mijn verbeelding aan het werk. In het boek sprak men van:

“eenen Back, die onder open is, en boven met glasen, die schuyns oft selfs neder gaen; men kan die oock wel maken met vensters, die men by vochtigh, droogh oft warm weder kan openen en sluyten; Den Back wordt los over de Beddens heen gheset, daer iets gezaeyt oft geplant is, dat men wil bewaren wilt voor de Vorst en koude. Men maeckt die soo groot oft kleyn, als men noodigh en dienstigh acht, settende de glasen tegen ’t zuyden, oft soodanich, dat er de stralen der Sonne best in schijnen kan.”

Voor mijn project heb ik eerst een tekening gemaakt en uitgerekend hoeveel hout ik nodig heb. Vervolgens heb ik een busje gehuurd om alle materialen te kopen en naar de moestuin te vervoeren.

Tekening van de koude bak, met ernaast een boek over historische teeltwijzen onder glas.

Verderop in het boek wordt melding gemaakt van een speciale bak om meloenen in te telen, gelukkig heb ik een aantal weken geleden meloenzaden gekocht in Dordrecht. De resultaten van dit klusavontuur hoop ik volgende maand te kunnen laten zien.

Maart is voor Martha en mij ook het moment om kritisch naar de indeling van de tuin te kijken. Door het weghalen van een grote taxushaag komt er meer licht op groentebedden die eerst vrij donker waren en waar bijna niks op stond. Nu zie ik kans om ook daar veel op te telen. De aardbeien ga ik verplaatsen, die staan nu erg dicht bij het kweek en werkgedeelte in de moestuin terwijl aardbeien zelf weinig aandacht vragen. Op dit stuk zet ik liever planten die wat meer zorg nodig hebben zodat ik daar weinig voor hoef te lopen, de aardbeien kunnen wat verder weg in de tuin staan.

In maart kunnen we de eerste groenten al zaaien, en dan met name de soorten die een lang groeiseizoen kennen, zoals tomaten, paprika’s en aubergines. Hiermee beginnen we de eerste of tweede week van maart. Ik zaai deze zaden voor in huis op de vensterbank, lekker warm boven een radiator.

In de siertuin kan nu met het gras worden gestart. De eerste keer maaien is bijzonder, de geur van gemaaid gras brengt de lente in mijn hoofd. Voor deze ene keer mag er korter dan normaal gemaaid worden, tot twee centimeter boven de grond. Daarna verticuteren, het liefst in twee richtingen. Vervolgens het mos en dode gras goed opruimen en de bewerking afsluiten met het strooien van organische mest. Voor doorzaaien vind ik het nog te vroeg, dat komt later aan bod. In het maartnummer van Groei&Bloei geef ik uitgebreider advies over alles wat met gras te maken heeft. Op deze website, onder het kopje gazon, vind je een filmpje over het voorjaarsonderhoud van het gras.

De tuin na een voorjaarsbeurt, het gras is geverticuteerd en bemest en de vaste planten in de borders zijn gesnoeid.

Ook de borders kunnen klaargemaakt worden voor het voorjaar, de hortensia’s mogen gesnoeid, evenals de clematissen die op eenjarig hout bloeien (de soorten die vanaf juni in  bloei staan). Overige heesters zoals vlinderstruiken, fazantenbessen, weigelia’s en kolkwitzia’s kunnen ook gesnoeid worden. Ik verwacht eigenlijk geen winter meer en van een keer nachtvorst gaan deze planten niet gelijk moeilijk doen.

Maart is heerlijk, grijp elke kans die je hebt om lekker in de tuin bezig te zijn want het voorjaar gaat nu echt beginnen.