Beluchten

Beluchten wordt vaak in één adem genoemd met verticuteren, maar het gaat om twee totaal verschillende bewerkingen. Met beluchten prikken we gaten in het gazon, vaak met behulp van (holle) pennen zoals bij de machine hierboven. Dit is anders dan verticuteren waarbij we met roterende messen de zode insnijden.

Met beluchten lossen we tevens een ander probleem op dan met verticuteren. Met verticuteren willen we de grasmat verjongen en de viltlaag doorsnijden. Tevens verwijderen we er mos mee. Met beluchten lossen we het probleem van bodemverdichting op.

Als u (al dan niet na het lezen van het boek “Groen als Gras”, of het lezen van deze website) een mooi gazon heeft, dan loopt u een risico. Al snel zullen familieleden uw gazon uitzoeken voor het organiseren van de jaarlijkse barbecue, u krijgt tuinclubs over de vloer, misschien wint u wel de prijs “mooiste gazon van Nederland”. Kortom, het succes van uw gazon zorgt ervoor dat veel mensen er van willen genieten. En daar begint het probleem.

Door betreding wordt een gazon compact, de ruimte tussen de aardekorrels wordt eruit gelopen. Doordat er te weinig open ruimte is, kunnen water en voedingsstoffen niet meer bij de wortels komen. Wortels kunnen in deze vaste bodem ook niet goed ontwikkelen. Strikt genomen zitten er in een compacte bodem te veel vaste deeltjes en de oplossing ligt in het verlagen van de dichtheid van de bodem. Dat doen we door te beluchten.

Met holle pennen, vaak bevestigd aan een (gemotoriseerde) wals, lopen we over het gazon. De pinnen halen een ‘plug’ grond uit de grasmat. De pluggen blijven achter de wals op de grond liggen en moeten nadien bijeen worden geharkt en afgevoerd. De gaten zorgen ervoor dat voedingsstoffen en water weer bij de wortels kunnen komen. de grasmat groeit de gaten in een mum van tijd weer dicht. Dit is tevens het moment waarop u eventueel met compost het gazon kunt bestrooien en de gaten kunt invegen. Hiermee voegt u tevens organische stof aan de bodem toe.

Beluchten kunt u het best doen tijdens groeizame omstandigheden, wanneer de grasmat snel kan herstellen, in het voor- en najaar.