Druiven

Elk jaar verheug ik mij op het moment dat de eerste Muskaatdruiven uit Italie in Nederland te koop zijn. Trossen van twee kilogram zijn geen uitzondering. Ik zie deze druiven als een ware delicatesse, ver verwijderd van de smakeloze en keiharde pitloze rommel van de supermarkt. De “Thompson Seedless” die vanuit India of Peru word ingevlogen voor de grootgrutter smaakt in de verste verte niet meer naar een druif. De vruchten zijn hard, zodat ze tijdens het transport niet beschadigen en om enigszins aan onze smaakverwachting tegemoet te komen is het suikergehalte erg hoog, zelfs bij onrijpe vruchten. De echte Muskaatdruif, met de hand geplukt op een idyllische zuidhelling, is vanaf oktober tot begin december verkrijgbaar, daarna is het wachten tot het volgende jaar.

U begrijpt het, de standaard om zelf druiven te telen had ik wel erg hoog gelegd, maar er is een mogelijkheid om ook in ons klimaat mooie en smakelijke trossen te telen. Iedereen heeft wel een kennis met een druivenplant die elke zomer met een doosje geplukte druiven aan de deur staat. Een heel lief gebaar, maar vaak zijn deze druiven erg zuur en klein en zitten de vruchten erg op elkaar gepropt. Om tot een goede druif te komen zijn drie zaken belangrijk: De druivensoort, de hoeveelheid werk die we erin stoppen en of we wel of niet onder glas telen.

We beginnen met de teelt onder glas. Voor mij is dit de enige manier om in ons klimaat tot goede druiven te komen. In vroeger tijden hadden kwekers in het Westland het kweken van druiven tot kunst verheven. In kassen die speciaal voor druiven geconstrueerd waren werden trossen van 1 a 2 kilo gekweekt. Onder andere Muskaatdruiven (wit) en de Royaldruif (blauw). Helaas konden ze qua prijs niet meer concurreren met de druiven uit het Zuiden van Europa. Hoewel, in Vlaams-Brabant vinden we nog steeds druivenserres waar sinds de negentiende eeuw de Koning Leopold III druif geteeld wordt, een zaailing van de Royal, met nog grotere bessen. Prijzen schommelen rond de 30 euro per kilo. De Vlaming heeft het er kennelijk voor over.

Meermaals heb ik kwekers in Vlaams-Brabant verzocht om plantmateriaal, maar zonder gehoor. Voor mijn kasdruif ben ik op zoek gegaan naar een ander ras dat eveneens onder glas tot zeer mooie bessen en trossen kan komen. Het werd de Frankenthaler. Deze druif heeft een lang groeiseizoen nodig en dit is eigenlijk alleen mogelijk onder glas. Door de extra warmte in het voorjaar geven we deze druif een maand voorsprong en dat is te merken aan de grootte van de vruchten. In mijn kas heb ik de druif opgekweekt als een dubbel kruis. Ik hou de plant bewust compact, want druiven zijn zeer groeikrachtig en voor je het weet nemen ze de hele kas in beslag. Tot zover de soort, onder glas koos ik de Frankenthaler.

De Frankenthaler kasdruif naast frambozen en meloenen, alles uit de moestuin. Toegegeven, ik had de druiven nog meer moeten krenten voor een ruimere tros en grotere vruchten.

Vervolgens de hoeveelheid werk. Een druif groeit prima vanzelf, soms zelfs bijna te goed. Voor een goede oogst zullen we streng moeten zijn. In het eerste en tweede jaar na planten is het belangrijk om de structuur van de plant goed te krijgen, het geraamte waar vanaf jaar drie telkens de vruchten aan zullen verschijnen. In het eerste en tweede jaar knippen we dan ook de gevormde trossen weg. Dit doet pijn, maar zal later zeker de tranen waard zijn. Wanneer vanaf het derde jaar de trossen vormen, kunnen we ook deze niet allemaal laten zitten. De plant wil zoveel mogelijk bessen met zaden produceren om te zorgen voor nageslacht. Wij willen eerder grote en sappige vruchten. Door een deel van de trossen in het voorjaar al weg te knippen concentreert de plant haar aandacht op de nog overgebleven trossen die bijgevolg meer voeding zullen krijgen. Ook de bladgroei zal zeer uitbundig zijn. Wanneer we dit zijn gang laten gaan gaat ook daar te veel energie inzitten. Om de zoveel tijd is het nodig om nieuwe scheuten in te korten. Hier zoeken we de balans tussen niet te veel blad, maar ook niet te weinig, zodat de ontwikkeling van de druiven vertraging oploopt. Dit is een kwestie van experimenteren. Wanneer de trossen zich verder ontwikkelen is krenten niet noodzakelijk, maar verdient dit wel aanbeveling. Het is zwaar werk en echt iets voor iemand met veel tijd. Zelf pak ik er een krukje bij en een klein schaartje en laat ik elke tros met beleid door mijn handen gaan.

De druif in begin maart. De kasdruif loopt vier weken eerder uit dan de druiven buiten.

Een druif heeft niet veel mest nodig, zeker niet op rijke gronden. Toch geef ik ze elk jaar in het voorjaar een langwerkende biologische meststof en wat zeewierkalk. In droge perioden krijgt de druif water, maar pas op wanneer de vruchten al rijp beginnen te worden. Plots een gulzige watergift kan de druiven doen barsten. Tegen dat de druiven rijp zijn, hebben ook de bijen zin in wat zoets. Op een schaaltje leg ik wat sinaasappel en kaneel, dat houdt de bijen weg van de druiven.

Per uitloper is slechts 1 tros toegestaan, zodat zoveel mogelijk energie naar deze tros gaat. Kies de tros die het best gevormd is. Bovenaan moet de tros flink breder zijn, druiventelers noemen dat een gevleugelde of breed geschouderde tros.

De Frankenthaler is een uitstekende druif voor in de kas, maar ook zonder kas is het mogelijk om druiven te telen. Dan zijn wel andere soorten nodig. Voor buiten heb ik goede ervaringen met Boskoop Glorie (wit), Vroege van der Laan (wit) en Dornfelder (rood). Om ook hier mooie grote en zoete druiven te bekomen is het belangrijk om streng te zijn. Plant de druif op een warme en beschutte plek en concentreer je de eerste jaren op de structuur van de plant. Ook buiten kies ik ervoor om de planten compact te houden, maximale energie naar de druiven. Knip overtollige of niet goed gevormde trossen al in een vroeg stadium weg en vergeet ook zeker niet te krenten als de zomer verder vordert.

Flinke trossen met smakelijke druiven, maar het oogsten duurt nog wel een week of vijf.

Na de oogst kan de druif aan de winter beginnen. Om de plant tot rust te laten komen geef ik de kasdruif gedurende een aantal weken een emmer koud water. Wanneer het blad begint te vallen help ik de struik een handje. Bladeren kunnen schimmelsporen bevatten en hoe nauwkeuriger deze worden opgeruimd, des te beter. Voor kerstmis snoei ik de druif terug tot op de basisvorm, het dubbele kruis. Elke tak snoei ik terug tot op twee ogen. Snoei een druif nooit na eind februari, de sapstroom komt vroeg op gang bij druiven en laat snoeien betekent dat er veel groeikracht verloren gaat.