Mesten

Naast maaien is mesten het meest effectieve instrument om een mooie grasmat te krijgen. Goed mesten is echter wel ingewikkelder dan het in eerste instantie lijkt. het begint al bij het tuincentrum waar kleurige verpakkingen om onze aandacht vragen. Er zijn heel sobere verpakkingen met enkel de letters NPK en drie getallen en er zijn fabrikanten die moeite doen om, vele malen uitvergroot, bacterie-etende beestjes in kekke kleuren op de zak te plaatsen. Voor de inhoud maakt die kleurenpracht weinig verschil.

We kunnen de diverse meststoffen in twee hoofdgroepen uitsplitsen: organische mest en kunstmest (minerale mest). Organische mest is gemaakt van plantaardig en dierlijk materiaal. Kunstmest is een aardolieproduct. Een belangrijk verschil in de werking tussen beide meststoffen is de mate waarin de voedingsstoffen vrijkomen. Kunstmest is in water oplosbaar, dat betekent dat na toepassing de voedingsstoffen heel snel vrijkomen. Bij organische mest is de afgifte veel geleidelijker. Organische mest is bevorderlijk voor het bodemleven, het verbetert de bodemstructuur waardoor voedingsstoffen beter bij de plant terecht komen. Kunstmest heeft deze voordelen niet, door het vaak hoge aandeel zouten is kunstmest eerder nadelig voor de bodem. Ik wil hiermee niet zeggen dat kunstmest absoluut niet goed is, maar telkens wanneer we kunstmest toepassen moeten we op één of andere manier ook werken aan de bodem (bijvoorbeeld door te mulchen in plaats van het maaisel af te voeren).

Op de verpakking van mest staan altijd drie letters: N, P en K. De N staat voor stikstof. De P staat voor fosfor en de K staat voor kalium. Stikstof is de motor van de plant, dit element zorgt voor de bovengrondse groei en de groene kleur. Fosfor zorgt voor een goed herstelvermogen van de grasplant en kalium zorgt voor een goed wortelstelsel.

Gedurende het jaar heeft een gazon meerdere malen voeding nodig. Beter om vier keer per jaar te bemesten, dan één keer het gazon helemaal wit te strooien. Het gazon heeft in het voorjaar ook behoefte aan een ander menu dan in het najaar. Hier zou ik een boek over kunnen schrijven, sterker nog, dat heb ik gedaan. Op bladzijde 60 leest u alles over het verschil tussen de voorjaars en najaarsbemesting en een handleiding voor wanneer u hoeveel dient te mesten. Zo is er een heel simpel ezelsbruggetje voor het moment waarop u in het voorjaar de eerste bemesting kunt toepassen, ik zeg: temperatuursom, maar meer verklap ik niet.