Tomaten

De meesterproef voor de moestuinier is een mooie, grote en smaakvolle tomaat. Het maakt niet uit hoe prachtig je sperziebonen zijn of hoe groot je appels worden, in de denkbeeldige rangorde op de moestuin zijn je tomaten het bewijs van vakbekwaamheid. Zelf zaaien is een must, gekochte planten zijn al op voorhand uitgesloten van deelname. Daarom deze pagina, met alles wat Martha en ik weten en geleerd hebben over het telen van tomaten. Het wordt misschien intimiderend, de hoeveelheid werk en de gevaren die op de loer liggen, maar niks gaat automatisch en ook in Italie komen de tomaten niet vanzelf op tafel. Een waarschuwing vooraf: voor tomaten zorgen is verslavend en het kan een ware obsessie worden (deze regel moest ik van Martha opnemen in het verhaal), maar eenmaal geproefd van je eigen oogst wil je nooit meer tomaten uit plastic van de supermarkt.

Een echte tuinier denk het hele jaar aan zijn of haar tomaten en dat begint al in februari bij het uitzoeken van de soorten voor het komende jaar. We beschikken over twee kassen dus aan ruimte geen gebrek. Dit jaar kozen we twee vleestomaten (Noir de Crimee en Coeur de Boeuf), een soep/saustomaat (Moneymaker) en een kerstomaat (Esplanada). De soeptomaat gebruiken we voor soepen en sauzen, het is zonde om dit met mooie vleestomaten te maken en het ras Moneymaker geeft zoveel tomaten dat de pakken Heinz tot kerst in de winkel kunnen blijven.

Zaaien

Het zaaien begint bij ons eind februari. In de vensterbank plaatsen we de Vachser van Ikea, een rek met LED-groeilampen. De zaden gaan in een mengsel van zaai-en stekgrond met potgrond, ongeveer 50/50. De eerste week worden de zaaibakjes afgedekt, zodra kieming heeft plaatsgevonden verwijdert Martha het plastic en gaan de groeilampen aan. De kachel gaat een graadje hoger en blijft overdag, als wij op ons werk zijn, lekker branden (hier begint het al, alles voor de tomaten).

Verspenen

Als het eerste echte blad zich vormt, na de twee kiembladen, is het tijd om de zaailingen te verspenen in grotere potten (9 bij 9 cm.). Hiervoor gebruiken we grond van Plagron, een kant en klaar substraat met perliet. Probeer bij het verspenen de stengels niet aan te raken, dit veroorzaakt stress bij de plant en kan zelfs betekenen dat het jonge plantje dood gaat. Als de planten goed gegroeid zijn en een lengte hebben bereikt van ongeveer 10 centimeter, dan verhuizen ze van de vensterbank naar de kas in de moestuin. Het grootste gevaar voor nachtvorst moet dan wel al geweken zijn. Afgelopen voorjaar kregen we nog vorst aan het einde van april. In allerijl heb ik de tomaten, aubergine en paprikaplanten opgehaald en in ons appartement gezet.

Uitplanten in de kas

Als de planten hun potje volgroeid hebben mogen ze in de kas worden uitgeplant. Zorg voor goede, verse grond in de kas. Dit is veel werk, maar uw planten zullen het gesjouw met grond dubbel en dwars belonen. Meng royaal compost door de grond in de kas. Pas geplante tomatenplanten hebben veel dorst, omdat het wortelgestel nog niet goed ontwikkeld is. Daarbij kan het in de kas al aardig warm worden in het voorjaar. Om de dag een kijkje nemen is geen overbodige luxe.

Pas geplante tomatenplanten, afgewisseld met Tagetes (afrikaantjes) tegen de witte vlieg

Verzorging

Het is verleidelijk om veel mest te geven aan jonge planten en de tomaten zullen daardoor ook hard gaan groeien, maar op het moment dat er vruchten aan de plant komen krijgt de overbezorgde tuinier de rekening. Op de plaats waar de bloem gezeten heeft ontstaat een donkere plek. De bips van de tomaat is als het ware aan het rotten. Dit noemen de Engelsen Blossom-end rot, veelal veroorzaakt door een tuinier die zijn of haar planten te veel vertroetelt. Even minderen met het bemesten en de nieuwe vruchten zullen verbetering laten zien. De aangetaste vruchten gooi ik weg.

Dieven is bij de meeste tomatensoorten erg belangrijk. Ik streef ernaar om een rechte tak langs een bamboestok naar boven te leiden. De dieven in de bladoksels knijp ik eruit. Soms lijkt een tomatenplant verder te gaan met twee toppen, maar ook daar ben ik streng en pak ik de snoeischaar, aan de bamboestok is maar ruimte voor een hoofdstam.

Het dieven van de tomaten

Tomaten worden normaal bestoven door bijen, maar in de kas zijn er vaak niet zo veel bijen, daarom help ik de tomaten een handje bij het plantaardig geslachtsverkeer. Door met een stokje tegen de bamboestokken te tikken dwarrelt het stuifmeel door de kas. Dit is doorgaans voldoende om een goede vruchtzetting op gang te brengen. Heel soms pak ik een schoon kwastje waarmee ik de bloemen een tikje geef, maar dat bewaar ik meestal voor bij de aubergines.

Als de tomatenplanten echt groot worden plaats ik tussen de verticale bamboestokken horizontale leggers. Dit verstevigt de bamboeconstructie, maar maakt het tevens mogelijk om de tomaten te stutten. De grote vleestomaten zijn bij mij vaak te zwaar voor de planten, de takken bezwijken onder het gewicht van de vruchten. Het is tevens belangrijk om bij het aanbinden van de verticale stam aan de bamboestok weinig ruimte over te houden, anders zakt de tomatenplant met vrucht en al langs de bamboestok naar beneden.

Tomaten in de touwen

Vroeg of laat krijgen alle tomaten last van schimmelinfecties op het blad. Dit kan enigszins geremd worden door de onderste bladeren te verwijderen. Zo neemt de luchtcirculatie toe en daar houden schimmels niet van. Met minder blad aan de plant kunnen de tomaten ook beter rijpen, maar overdrijf dit niet. De plant heeft ook nog blad nodig om te kunnen groeien. Om te voorkomen dat de planten blijven doorgroeien knip ik in augustus de toppen uit de plant. Hierdoor gaat alle energie in de vruchten zitten, in plaats van in het laten groeien van de plant.

Eind september / begin oktober haal ik de planten weg. De vruchten die nog aan de plant zitten worden door Martha op een schaal in de vensterbank gelegd om te rijpen. Het is veel werk en er gaat wel eens wat mis, maar twee maanden per jaar heerlijke tomaten in huis is een ongekende luxe, en het bespaart een vliegticket naar Italie.

Blik in de kas, links de tomaten, rechts achter het tafeltje de aubergines

Receptidee

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Vul voor een lekkere en eenvoudige tomatensaus een braadslede met een kilo tomaten, gehalveerd of in kwarten. Voeg ook twee uien toe, eveneens in parten gesneden. Twee tenen knoflook (nog in hun jasje) worden als laatste toegevoegd. Bestrooien met peper, zout, chilivlokken en een mooie olijfolie. De braadslede een half uur op 200 graden in de oven laten roosteren, halverwege een keer in de schaal roeren. Na een half uur de schaal uit de oven halen, de knoflook ontdoen van z’n jasje en weer bij de tomaten leggen. Het geheel in de blender mixen tot een gladde saus. Te gebruiken als basis voor een pastasaus, soep of voor een ovenschotel met aubergine.